26
ENGLISH FRANÇAIS
DEUTSCH
NEDERLANDS
ESPAÑOL
ITALIANO
PORTUGUÊS
SVENSKA
PROBLEMEN OPLOSSEN
PROBLEEM OORZAAK OPLOSSING
GEEN KLANK
• Netsnoer niet aangesloten of apparaat niet
ingeschakeld
• Controleer of netsnoer is ingestoken en apparaat
is ingeschakeld
•Tape 1 Monitor geselecteerd • Schakel Tape 1 Monitor uit
•Mute ingeschakeld • Schakel Mute uit
• Achterste Pre Out/ Main in
versterkerverbindingen niet aangebracht
•Breng verbindingen aan
• Koptelefoon aangesloten. • De koptelefoon afsluiten
GEEN KLANK VIA EEN KANAAL
• Balansregeling niet in midden • Zet balansregeling in midden
• Luidspreker niet correct aangesloten of
beschadigd
• Controleer aansluitingen en luidsprekers
• Ingangskabel ontkoppeld of beschadigd • Controleer kabels en aansluitingen
ZWAK LAAG/DIFFUUS STEREOBEELD
• Luidspreker niet in fase aangesloten • Controleer aansluitingen op alle luidsprekers
binnen systeem
AFSTANDSBEDIENING WERKT NIET
• Batterijen leeg of onjuist geplaatst • Controleer en/of vervang batterijen
•Venster van IR-zender of -ontvanger niet vrij • Verwijder hindernis
• IR-ontvanger in direct zonlicht of zeer sterk
omgevingslicht
• Haal het apparaat uit direct zonlicht, verminder
hoeveelheid omgevingslicht
AAN-/UIT- / BESCHERMINGSLAMP WORDT
ROOD TIJDENS NORMALE WERKING
• De versterker oververhit. • Schakel de versterker uit, en controleer dat de
ventilatiegleuven bovenop en onderaan op de
versterker niet zijn afgedekt. Laat versterker
afkoelen en schakel hem in.
•Totale impedantie van luidsprekers te laag • Controleer of totale luidsprekerimpedantie niet
lager is dan 4 Ohm.